Romantische ironie

  • Willeke van Ravenhorst / Fine Art / Honours Programme

Willeke van Ravenhorst studeerde Fine Art en deed het Honours Programme. Haar onderzoek bij het Honours Programme bestond uit een historisch-filosofische verkenning van het begrip ‘romantische ironie’ en de doorwerking van deze houding in de hedendaagse kunst, waaronder haar eigen werk. Ze maakt locatiegebonden ruimtelijke installaties van kabel, touw, wol en garen, waarmee ze de omgeving al bouwend verkent en waarbij het proces en de tijdelijkheid belangrijke uitgangspunten zijn. Het kortstondig grijpen en het al doende duiden van de ongrijpbare ruimte is van essentieel belang voor de ontwikkeling van en voor de uiteindelijke vorm die haar installaties aannemen.

 

Onderzoek voor het Honours Programme
Met haar onderzoek probeert Willeke te duiden wat de romantische ironie is en op welke manier dit begrip in de hedendaagse kunst relevant kan zijn. “Sinds ik me kan herinneren ben ik bezig geweest met het bevragen van de wereld. Via de theorie die werd behandeld bij het Honours Programme stuitte ik op de term ‘romantische ironie’. De romantische ironie belichaamt het proces van bevragen, pogen, trachten, doen – ook al leidt dit wellicht nergens toe. Dit idee intrigeerde mij als mens en kunstenaar enorm.”

 

Schlegel en de metamodernisten
Romantische ironie is een  term die niet gemakkelijk te definiëren is. Willeke baseert zich onder meer op de vroeg-romantische Duitse theoreticus Friedrich Schlegel. “Hij heeft het concept ontdekt, beschreven en belichaamd. Ook na de romantiek komt de romantische ironie steeds terug bij schrijvers, beeldend kunstenaars en componisten. Des te interessanter was het voor mij om te ontdekken dat het vandaag de dag ook herkend wordt, bijvoorbeeld door de metamodernisten.

 

De ruimte pakken met mijn armen
Ik kwam erachter dat de romantische ironie niet slechts een concept is, maar voornamelijk een houding die je aan kunt nemen tegenover het leven. Hoe beter ik de romantische ironie begon te bevatten, hoe beter ik mijn eigen beeldend werk begon te begrijpen. Ik realiseer me dat ik beter massief materiaal kan gebruiken als ik iets groots wil bouwen, maar ik wil het toch proberen met touw en draad. Ik wil de ruimte pakken met mijn armen. Ik wil niet beweren, ik wil alleen maar bevragen. Ik weet dat ik niets waarachtigs kan zeggen, en dat elke poging daartoe futiel is.”

 

www.wnvanravenhorst.com

 

Bekijk hier alle projecten van het Honours Programme